Aller au contenu principal
Accès ouvert déclaré 2014 article

Het vergiftigde geschenk: elkeen wordt geacht de wet te kennen

0Citations signalées, ce qui n’est pas une note de qualité
2Institutions déclarées
1Pays d’affiliation déclarés

Rattachement africain : be. Niveau de preuve : code pays fourni par la source.

Le résumé fourni par la source

Dit artikel uit Preadviezen Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor anonieme bezoeker 234 onder meer het zogenoemd vertrouwensbeginsel, dat tot die verweermiddelen behoort, wordt naar het rechtszekerheidsbeginsel opgeklommen, waarmee het leven van regelgevers zuur kan worden gemaakt.Het tweede deel sluit aan op het eerste in die zin dat de toenemende complexiteit van het rechtsgebeuren, die in het eerste deel wordt behandeld, in het tweede deel naar situaties wordt omgezet, waarvan rechtspraak en/of rechtsleer menen dat die toenemende complexiteit de samenleving en/of sommige van haar leden in moeilijkheden brengt.In een derde deel is het besluit aan de beurt.3. Alvorens het hek van de dam te laten gaan, is erop te wijzen dat voornamelijk het eerste deel, om uiteenlopende redenen, wrevel kan opwekken.Het werd geenszins met die bedoeling geschreven.Ten onrechte zou eruit kunnen worden afgeleid dat de verslaggevers de les willen spellen en met het rechtsgebeuren willen afrekenen.Zij achten zich niet boven het rechtsgebeuren verheven, waaraan zij integendeel hun beroepsleven hebben verbonden.De hierna omschreven zwakheden van het rechtsgebeuren, die op de beoefenaars ervan afkleuren, zijn derhalve ook hun deel.Het is niet eens hun bedoeling op die zwakheden kritiek uit te oefenen; wel om ze te beschrijven en te analyseren, omdat zulks toelaat te bepalen hoe er maatschappelijk mee is om te gaan.Sommigen zullen het eerste deel als een lastige luis uit de pels willen schudden door te beweren dat dit haver voor bachelorstudenten (lees 'beginners') is, dat het rock & roll-gehalte ervan te hoog ligt, dat het over wereldvreemde gedachten gaat, waarmee niets is aan te vangen… De verslaggevers sluiten overigens niet uit dat zij, in een min of meer lang verleden, bij confrontatie met hiernavolgende gedachtegangen, tot een gelijksoortige bevinding (zouden) zijn gekomen.Gelet op de, door anderen 1 gemotiveerd, gedane vaststelling dat de Westerse, zogenoemd democratische samenleving niet de goede richting uitgaat, 2 hebben de juristen, waartoe de verslaggevers kennelijk behoren, een beperkt aantal mogelijkheden. 1Die anderen hebben dan de hoedanigheid van politicologen, sociologen, filosofen, historici, psychologen, antropologen, actuarissen, economen, enz. 2 Tenzij de teloorgang van het democratisch model, de opeenvolging van financieel-economische crisissen, de aantasting van het klimaat en van het leefmilieu, de uitputting van de -niet hernieuwbare -grondstoffen, enz.de goede richting zouden aanwijzen.bestaan, daarbij benadrukkend dat de jurisprudentiële rechtsregels op meerdere, van elkaar onderscheiden deductiemethoden kunnen berusten.4 Vanzelfsprekend kan het toepassingsgebied van het onderzochte gezegde niet tot wettelijke rechtsregels worden beperkt: ofschoon zulks zelden wordt benadrukt, 5 moet de juridische kennis die aan elkeen wordt toegeschreven, ook de jurisprudentiële rechtsregels omvatten, waartoe de wettelijke rechtsregels, via hun toepassing door Hoven en Rechtbanken, aanleiding geven.Er is geen goede reden te bedenken die zou toelaten de kennis van wettelijke rechtsregels te veronderstellen en die van jurisprudentiële rechtsregels te ontkennen.6. Er moet niet op de examenperiode aan één of andere rechtsfaculteit worden gewacht om vast te stellen dat het adagium, waardoor elkeen wordt geacht de (toepasselijke) rechtsregel te kennen, enkel lachspieren kan beroeren.Zulks geldt trouwens niet enkel voor rechtenstudenten, maar ook voor de best getrainde en de meest getalenteerde rechtsbeoefenaars: het is dan ook een illusie te denken dat jan en alleman, steeds en overal, de toepasselijke rechtsregel kent.Het adagium blijkt een (juridische) fictie te zijn, waarmee juristen goochelen om werkelijkheidsvreemde resultaten toch een zweem van waarschijnlijkheid of aannemelijkheid te geven.Juristen zijn daarin meesters: 6 'Klaag niet over de toepassing van die rechtsregel, want U had die moeten kennen.' 7. Dat gezegd zijnde, wordt het adagium dus ontmaskerd als een deksel dat een ongemakkelijk potje dicht moet houden.Door van juridische kennis uit te gaan, wordt de aandacht afgeleid van de intrinsieke moeilijkheden, waardoor de rechtsregel en de rechtsbedeling worden gekenmerkt en die hun ken-en beheersbaarheid onderuit halen.Zowel de rechtsregel als de toepassing ervan is, in beginsel, onafhankelijk van de kennis die de rechtssubjecten van de rechtsregel hebben.De rechtsregel is toepasselijk en wordt toegepast van zodra de beoordeler, die een rechter, een arbiter, een overheid, een wetenschapsbeoefenaar of een jurist kan zijn, 7 vaststelt dat de toepassingsvoorwaarden ervan in het, door hem/haar aangenomen feitenrelaas verenigd zijn.De kennis van die toepasselijkheid is, in de regel, noch een toepassingsvoorwaarde van de rechtsregel, noch een vereiste om die rechtsregel te kunnen toepassen.Onder omstandigheden zal de miskenning van een toepasselijke rechtsregel niet aan de auteur ervan worden toegerekend, 8 maar zulks laat onverlet dat de rechtsregel toepasselijk is van zodra zijn toepassingsvoorwaarden in de feiten verenigd raakten.8. Die vaststellingen zijn, als uitgangspunt, hun gewicht in goud waard.Zowel de rechtsregels als de ervan gemaakte toepassingen zijn immers de emanaties van openbare diensten, die -al zijn ze niet de belangrijkste -van groot maatschappelijk belang zijn.Het positief recht en de rechtsbedeling stemmen, als openbare diensten, hun bestaan en werking niet af op het rechtssubject, dat ermee wordt geconfronteerd, maar wel op de organisatie en de handhaving van de politieke, sociale, culturele, economische … structuur, die door een samenleving werd gekozen.Op de organisatie en de handhaving van die gekozen samenlevingsstructuur komt het, wat die openbare diensten betreft, aan.De impact van de rechtsregel en van de rechtsbedeling op één of meerdere rechtssubjecten is daarvan de, daaraan ondergeschikte, uitwerking.Aan de kennis van de rechtsregel en/of van zijn toepasselijkheid kan dan ook geen doorslaggevend belang worden toegekend.De toepassing van de rechtsregel dringt zich integendeel op van zodra zijn toepassingsvoorwaarden verenigd raken, omdat zulks de organisatie en de handhaving van de politieke, sociale, morele, economi-sche… samenlevingsstructuur ten goede komt.9. Door naar een zogenoemd veronderstelde kennis van de toepasselijke rechtsregel(s) te verwijzen, wekt het gezegde bovendien de onterechte indruk dat het rechtssubject dat niet over de veronderstelde kennis beschikt, een fout zou begaan.Die benadering strijdt met het contractuele en buitencontractuele foutbegrip, wat de maatschappelijke relevantie van dat begrip in het gedrang brengt.Het onderscheid tussen de contractuele resultaats-en inspanningsverbintenissen alsmede de hypothese van een wets-of rechtsregelovertreding 9 buiten beschouwing latend, houdt de vaststelling van een burgerlijke fout in dat niet werd gehandeld zoals door een toerekeningsvatbaar, normaal voorzichtig en redelijk rechtssubject, in dezelfde feitelijke omstandigheden geplaatst, zou zijn gedaan, waardoor enige schade als gevolg daarvan voorzienbaar werd.10 Uit de enkele afwezigheid van veronderstelde juridische kennis kan derhalve niet zonder meer tot het bestaan van een burgerlijke fout worden besloten, vermits de -drie -foutvoorwaarden daaruit niet zijn af te leiden.8 Zie de corrigerende leerstukken in deel 2. 9 Zie m.b.t.die begrippen: P. Van Ommeslaghe, Droit des obligations, Brussel, Bruylant, 2010, I, p. 39-48; P. Wéry, Droit des obligations, Brussel, Larcier, 2011, I, 522-529 (inzake het onderscheid tussen inspannings-en resultaatsverbintenis); T. Léonard, 'Faute extracontractuelle et juridictions commerciales.Principes et plaidoyer pour un retour à une vision unitaire de la faute', TBH 2013, 951-978 (inzake de wetsovertreding).10 O.m. T. Vansweevelt en B. Weyts, Handboek buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht, Antwerpe

Ce résumé expose les affirmations des auteurs. BNTIC ne l’interprète pas comme une validation indépendante des résultats.

Le contrôle bibliographique ouvert

DOI retrouvé dans Crossref DOI retrouvé ; titre concordant.

Titre Crossref
Het vergiftigde geschenk: elkeen wordt geacht de wet te kennen
Date Crossref
01/11/2014
Éditeur
Koninklijke Boom uitgevers
Type
journal-article

Ce recoupement confirme des métadonnées liées au DOI. Il ne confirme ni la méthode ni les conclusions de l’étude, et il ne compte pas comme une seconde source scientifique indépendante.

Où se fait cette recherche

  • Vrije Universiteit Brussel pays non établi dans la notice
    Université ou école supérieure
  • Ghent University pays non établi dans la notice
    Université ou école supérieure
  • hoogleraar aan de Universiteit Gent en pays non établi dans la notice
    Université ou école supérieure

Vrije Universiteit Brussel, Ghent University et hoogleraar aan de Universiteit Gent en.

Une affiliation ne permet pas de déduire la nationalité d’un auteur.

Les sujets associés

Surgical Sutures and AdhesivesDutch Social and Cultural StudiesComparative and International Law Studies

BNTIC News n’est pas le producteur de ces données. Les publications sont interrogées à la demande dans Crossref, OpenAIRE, DOAJ, Europe PMC, HAL, DataCite, AfricArXiv, ROR et la Banque mondiale, sans clé d’accès. OpenAlex reste optionnel. Aucun service payant n’est nécessaire et aucune donnée externe n’est enregistrée en base. Consulter les sources et leurs limites.